4 Pedagogische uitgangspunten

1. We nemen jongeren, hun netwerk en begeleiders serieus

Één van onze speerpunten is dat als jongeren in de jeugdhulp terecht komen, het ten allen tijde belangrijk is de tijd te nemen te luisteren en goed proberen te horen wat ze ons zeggen. Jongeren hebben echt wel vragen, noden, behoeftes, verlangens en dromen. Het zijn aangrijpingspunten om het gesprek en het hulpverleningsproces op aan te knopen. Het serieus nemen is voor ons een basishouding en fundament dat het pedagogisch beleid in een organisatie moet uitademen.

2. Geen leef- zonder werkklimaat

Nadenken over een kwaliteitsvol klimaat om in samen te leven, gaat hand in hand met het nadenken over een kwaliteitsvol werkklimaat waarin aandacht is voor de professionele vormgeving van de organisatie in zijn geheel: hoe wordt reflectie op het handelen vorm gegeven, hoe worden intervisies georganiseerd, hoe wordt gewerkt aan de teamdynamieken, hoe worden mensen ondersteund en opgevolgd door de leidinggevende, hoeveel ruimte is er voor begeleiders na incidenten, hoeveel pedagogische ruimte krijgt een begeleider, hoe worden leermomenten opgepikt en besproken, hoeveel extra taken worden er naar voren geschoven, hoe intens zijn leidinggevenden betrokken op de leefgroep, hoe wordt beleid samen met alle medewerkers vorm gegeven, hoe bewust wordt nagedacht over organisatiestructuren etc.

3. Van een technische naar een reflexieve professionaliteit

Uit eigen onderzoek blijkt dat begeleiders zich vaak de uitvoerder vinden van een pedagogisch beleid, eerder dan dat ze eigenaar zijn. Dat heeft vaak te maken met ‘anderen’ die het pedagogisch beleid uitzetten. Dat kunnen leidinggevenden of procedures zijn. Pedagogiek kan voor ons nooit kant en klaar voorgekauwd worden. Pedagogiek is nooit een automatisme. Net in dit automatisme schuilt de banaliteit van het kwaad: pedagogiek wordt dan een ca va de soi en een vervreemding van de concrete praktijk waarin deze vorm moet krijgen. Het gevaar van het komen tot subtiele machtspraktijken (we doen dit hier nu eenmaal zo) schuilt om de hoek.

Pedagogiek krijgt net vorm in het nadenken, beslissen en handelen op een moment die dat vraagt. Het is het constant vorm geven van de pedagogische ruimte. Die inschatting en reflectie op de actie is een kernopdracht. Als medewerkers niet akkoord zijn met de manier waarop zorg ingevuld wordt, moet er ruimte zijn om dit bespreekbaar te maken.

4. Geen leef- zonder werkklimaat, zonder steunende maatschappij

Een kwaliteitsvol leefklimaat, vraagt een weloverwogen werkklimaat maar zeker ook een steunend maatschappijklimaat.

In het huidig maatschappijbestel stellen we vast dat de solidariteit naar jongeren in kwetsbare situaties vaak afwezig is. Dit heeft te maken met politieke keuzes. Een dominante categorisering gebaseerd op een bio-neuro-psychologisch diagnostisch kader zorgt voor het onderbelichten van rechten van jongeren. Het mandaat van voorzieningen en hulpverleners wordt zo een stuk beperkt. Zaken als armoede, slechte huisvesting, slechte arbeidscondities vallen teveel buiten ‘de opdracht’ van jeugdhulpverlening.

In de residentiële jeugdhulp heerst op dit moment een klimaat waarin beheersingslogica’s en de verantwoordingsdrang ingeburgerd zijn als antwoord op het kunnen aantonen van goede zorg. Zorg voor jongeren in kwetsbare situaties gaat vaak gepaard met onvoorspelbaarheid, ambiguïteit, het nemen van risico’s en onbeheersbaarheid… Deze subjectieve parameters proberen te vangen in objectiveerbare meetinstrumenten, procedures, kwaliteitssystemen is een utopie. Een doorgedreven beheersingslogica zet net druk op kwaliteitsvolle zorg. We moeten naar een andere manier over (het spreken over) de (geleverde) zorg.